Evolutie en de mensheid

Natuurlijke selectie is dé manier om een soort in stand te houden. Individuen wiens eigenschappen niet afdoende zijn om te overleven zullen sterven en zich dus niet of nauwelijks voortplanten. Zo blijft de DNA van de besten over en deze zullen hun goede en afdoende eigenschappen weer doorgeven aan hun nakomelingen om zo deze eigenschappen van de soort veilig te stellen, terwijl de evolutie naar nog betere eigenschappen de soort geschikter maakt voor de habitat waar ze in leven. Evolutie leidt zelfs naar nieuwe soorten. Zo ging het ook miljoenen jaren met de soort Homo Sapiens, de mens. Maar de mens is op een gegeven moment op vaste plaatsen gaan wonen. De zwakkeren hoefden niet meer achtergelaten te worden, wanneer ze niet mee konden, maar werden verzorgd in een min of meer veilige omgeving. Het begin van het zwakker worden van de soort Homo Sapiens.

De natuur blijft uiteindelijk gewoon haar werk doen en er werd in de middeleeuwen weer even op een stevige natuurlijke manier geselecteerd. Er wordt geschat dat in de periode 1347-1351 ongeveer één derde van de Europese bevolking het leven liet door de pest, de Zwarte Dood. De periode hierna was de gezondste periode uit de middeleeuwen. De zwaksten waren immers gestorven en diegenen die de pest hadden overleeft waren dus gezegend met uitstekende eigenschappen om in een habitat, als een drukke stad, te kunnen overleven. Uiteindelijk gingen de bevolkingsaantallen weer stijgen, met de problemen die daar bij horen, maar waar steeds beter op geanticipeerd kon worden door technologie en kennis.

Met de technologie van tegenwoordig is er van alles mogelijk en zeker in de westerse wereld is er bij de mens nauwelijks nog sprake van natuurlijke selectie. We zijn zelfs in staat om mensen een nieuw hart te geven. Er is dan nog wel sprake van een donorhart, maar hartkleppen die vervangen worden zijn al kunstmatig gemaakt en werken uitstekend. Slijtage van heupen en knieën wordt relatief makkelijk opgelost met kunstmatige lichaamsonderdelen en met organen en weefsels van donoren kan er ontzettend veel hersteld worden bij mensen met allerlei genetische afwijkingen. Prachtig hoor, maar mensen met een genetische afwijking worden niet meer natuurlijk uitgeselecteerd. Sterker nog, door de technologieën zijn velen in staat om te leven als een gezond mens en krijgen ze ook kinderen met dezelfde genen, zoals bijvoorbeeld genen die zorgen dat iemand slechte ogen heeft. Duizenden jaren terug waren slechte ogen op de lange duur fataal, want voedsel vergaren werd een stuk moeilijker. Gelukkig is dat niet meer zo en kunnen we de mensen die we zo graag bij ons willen houden helpen en ze een zeer acceptabel leven geven. In de toekomst wordt het mogelijk om allerlei organen uit ons lichaam, welke niet of onvoldoende werken, te vervangen door uitstekende protheses. Het nadeel is dat de soort Homo Sapiens de komende duizenden jaren steeds zwakker gaat worden, maar de technologie en kennis maakt uiteindelijk van de meeste mensen gezonde goed functionerende individuen. Is dat een goede zaak? Ik weet echt het niet. Zijn alle kunstgrepen uiteindelijk wel zo goed, vraag ik me af maar ook ik wil mijn naasten graag bij me houden en dan het liefst in zo goed mogelijke conditie. Ach misschien bedenkt Moeder Natuur ooit wel weer eens een schifting waar de mens niets tegen kan doen, misschien zou ik dat dan wel kunnen accepteren, hoe hard het ook is.